Speciaalaquarium: Tanganyika Bart Snyckers

Voorgeschiedenis

In Februari 2004 had ik eindelijk de knoop doorgehakt en koos ik voor een Tanganyika aquarium te houden, mede doordat we al een groot Malawi aquarium hadden staan. Ik beschikte over een 200x50x60 aquarium en de zoektocht naar de bewoners kon beginnen. Aangezien ik graag grote groepen zag en een zo natuurlijk mogelijk gedrag wou, koos ik om als hoofdbewoner een Tropheus soort te houden. Al snel kwam ik bij Mike Laan uit Purmerend terecht, een van de grootste hobbykwekers van F1 Tropheussen in Nederland en tevens iemand met zeer goede commentaren. Tijdens mijn eerste bezoek aan hem wist ik al dat ik hier terug moest zijn voor mijn Tropheussen. Ik kon kiezen tussen 4 soorten: Tropheus duboisi "Maswa", Tropheus sp. "Kiriza", Tropheus sp. "Ikola" en Tropheus moorii "Ilangi". Een week na mijn bezoek besloot ik om voor de Ilangi's te gaan en ik reserveerde dan ook dadelijk 40 exemplaren. Mike zou mij later helpen met het uitselecteren en sexen van 20 exemplaren. Op 7 april 2004 ging ik dan eindelijk de Tropheussen ophalen bij Mike en na een reisje van meer dan 6 uur (grote files in Nederland) waren ze zeer blij met het verse water. Ze waren duidelijk uitgeput en verdringde zich om maar onder het verse waterstraaltje te zwemmen tijdens de watergewenning. Ik had tijdens mijn eerste bezoek bij Mike een waterstaal genomen en mijn water zo kort mogelijk in de buurt gebracht omdat de gewenning zo vlot mogelijk te laten verlopen. Na een uurtje gewenning werden ze ondergebracht in een kale quarantainebak van 450liter waar ze tot 18 september 2004 in zijn gebleven. Gedurende die periode heb ik ook de 200x50x60 opgestart, maar al snel bleek dat ik liever alle 40 de Ilangi's hield ipv hun uit te sorteren. Het aquarium zou echter te klein zijn daarvoor. Ik had ondertussen ook verder gezocht naar de medebewoners: een koppel Eretmodus cyanostictus, 6 Synodontis petricola dwarfs, 8 Callochromis stappersii en 9 Cyprichromis sp. "leptosoma tricolor". Uiteindelijk werden de 40 Ilangi's op 18 september 2004 dus toch overgebracht daar ze nog maar halfwas waren en zeker tot het einde van het jaar hierin konden verblijven samen met de medebewoners. Op de laatste twee weken na, door een vertraging in de levering van de nieuwe bak toch 2005 gehaald, heb ik nooit problemen gehad met aggressie. Tijdens die laatste 2 weken heeft de Cyprichromis groep zichzelf letterlijk de dood ingejaagt, de laatste 4 exemplaren heb ik vanwege een blindheid moeten afmaken.

Het aquarium

#IMAGE:19F6ECD631E86AE4:right#Na wat meetwerk en een paar nachtjes slapen werd er besloten om deze keer een groot aquarium van 200x80x70 neer te zetten net achter de 200x50x60 die zou blijven ook al gingen de bewoners eruit. Tijdens de lange periode, wachtende op het aquarium, had ik mij alvast grondig voorbereid en de nodige inkopen gedaan. Zo had ik een Pangea Rocky II 3D achterwand besteld en deze reeds uitgelogd, het nodige PVC materiaal gekocht, zand, filtermaterialen, verlichting, stenen, enz, alles was er, alleen het aquarium niet. Uiteindelijk werd deze na een vertraging van maar liefst 8 weken geleverd en zodoende werd het toch nog dringend om hem draaiende te krijgen. Op 29 december 2004 is het aquarium opgestart en op 15 januari 2005 zijn de eerste bewoners er in ondergebracht.

Opbouw van het aquarium en filter

Het aquarium is gemaakt uit 12mm dik glas en is 200cm breed, 80cm diep en 70cm hoog inclusief ingebouwde lichtkap. Uiteindelijk houdt men dus een 60cm waterhoogte over. Als ondersteuning voor het aquarium is er gekozen voor een 85cm hoog en 40mm dik stalen statief met 10 poten. 75% van de ruimte onder het aquarium wordt ingenomen door een droog/nat filter van (nat) 150cm breed, 60cm diep en 40cm hoog met daarop een droogstuk van 30cm breed, 58cm diep en 20cm hoog.
Linksachter in het aquarium zijn er langs mekaar twee doorvoeren geboord van 55mm (buizen van 40mm) die de overloop van het systeem leeg laten naar het filter. Er is gekozen voor een rechthoekige kamer voor de overloop aangezien er een 3D achterwand in is gezet en deze onmogelijk in verstek kan gezaagd worden met een schuine overloop. De achterwand is maar 56cm hoog en rust vanonder op een 2cm dikke isimobodem met daarover een donkere vijverfolie tegen het loskomen van isimobolletjes bij het graven van de vissen. De achterwand is links doorgezaagd en het kleinste stuk is naar voorgebracht voor de overloop. Met een gewone achterwand is de rechterkant (verschil in diepte van de achterwand) van de overloopkamer dichtgemaakt en later met stenen toegewerkt. Er is gekozen voor een Ardenner rots (ook wel breuksteen genoemd) omdat deze natuurlijk overkomt en aansluit bij de kleur van de achterwand. Links is er een grote aaneensluitende rotsformatie gebouwd om ook het verschil in diepte van de achterwand weg te werken. Rechts is er een iets kleinere rotsformatie gebouwd. Ertussen ligt een zandvlakte van bruine rivierzand die inmiddels volgroeid is met Vallisneria spiralis, maar regelmatig wordt opengemaakt voor de zandhappers. Er staan maar twee soorten planten in, namelijk Vallisneria spiralis en Hydrilla verticillata. Beide planten komen ook voor in het Tanganyika Meer.
Als verlichting is er gekozen voor een dubbele T8 Luxus 2x58W dimbare balk van IKS Aquastar. Deze lichtbalk is aangesloten op een IKS computer die voor een zonsop- en ondergang zorgt. Het licht komt s'middags om 13u30 op en gaat onder om 22u30.
Het filter is dus opgebouwd uit een droog en nat stuk. Het droogstuk is gevuld met bioballen waarboven het water door een sprinklersysteem wordt verspreidt. Het droogfilter sluit perfect aan boven het eerste filtervak van het natsysteem, dat gevuld is met fijne en grove filtermatten. Alle volgende vakken zijn gevuld met grove filtermatten boven en onder met daartussen een 15cm dikke laag bioballen in het tweede vak. Vervolgens is er nog een vak met grove lavasteen en tenslotte wordt er over een dikke laag siporax (keramische pijpjes) gefilterd in het voorlaatste vak. Een opvoerpomp van 4000liter pompt het water terug omhoog. Een deel (10% ongeveer) van dit water wordt rechtstreeks achter de achterwand gepompt om geen stilstaand water te krijgen achter de wand. Het overige water wordt iets voor het midden terug het aquarium in gepompt. In het laatste filtervak is tevens ook de verwarming ondergebracht, maar deze bolt nooit (net zoals die van de 200x50x60) aangezien het aquarium in de kweekkelder staat tussen 9 andere aquariums.
Voor tijdens uitzonderlijke situaties zoals ziekte bijvoorbeeld, zijn er 2 luchtstenen weggewerkt via de achterwand onder de zand en stenen door tot in het midden van het aquarium.
De bewoners, hun verzorging en kweekgedrag

Als hoofdbewoner zwemt er in dit aquarium een groep van 40 stuks Tropheus moorii "Ilangi" F1 (nakweek van wildvang). Daarnaast is de groep Synodontis petricola dwarfs van het vorige aquarium uitgebreidt met 4 exemplaren tot 10 stuks, waarvan 5 vrouwen en 5 mannen. De groep van 8 Callochromis stappersii is inmiddels geslonken tot 5 door een te dominant mannetje in een te groot aquarium. In het vorige aquarium werd door de beperkte ruimte het mannetje in toom gehouden door de Tropheussen. In dit ruim aquarium krijgt hij echter meer en meer de kans om zijn soortgenoten achterna te jagen waardoor ik helaas al 2 vrouwtjes ben verloren van de 5. Eťn vrouwtje heb ik recent nog kunnen redden en is aan het bekomen in een kweekbak. Bij de toekomstplannen lees je meer hierover. Tenslotte zitten er nog 3 koppels in het aquarium, namelijk een koppel Eretmodus cyanostictus, een koppel Neolamprologus tretocephalus en een wildvang koppel Xenotilapia sima. Deze laatste wordt meestal afgeraden om bij Tropheussen te houden door zijn gevoeligheid en te rustig gedrag. Ik zat echter met een groot probleem dat de zand bruin en groen werd vanwege een hoge algengroei voor de Tropheussen. De Callochromissen die ook onder zandhappers vallen kregen de klus echter niet geklaard om de grote zandvlakte dagelijks om te woelen en de Xenotilapia's helpen hun nu aardig op weg. Ze vullen elkaar aardig aan en door de grote bak valt de aggressie van de Tropheussen naar deze Xenotilapia's goed mee. Ik raad echter deze combinatie af voor kleinere aquariums en heb dit enkel gedaan om mijn probleem op te lossen en na een grondige rondvraag bij mede-aquarianen die deze combinatie ook hadden. Hieruit bleek dus dat de grote van de bak zeer belangrijk was voor het slagen van deze combinatie.
#IMAGE:D8BA44DB1521BEEA:left#Het aquarium beschikt door zijn inrichting over een aantal rotsformaties die bewoond worden door de Eretmodussen en soms Neolamprologussen. De Tropheussen gebruiken de rotsformaties enkel voor het grazen naar algen, maar niet zozeer als territorium. De dominante mannetjes hun territorium situeert zich eerder boven de rotsformaties en in de linkerhelft van het aquarium. De rest van de groep zwemt in het open water boven de rechtste rotsformatie en graast zowat de ganse dag over de stenen op zoek naar verse algen. Het is opmerkelijk dat de dominante mannen, wanneer het licht uit is, de groep wel in hun territorium toe laten. Waarschijnlijk heeft dit te maken met hun natuurlijk gedrag waar dominante mannen zich laten omringen door een groep subdominante mannen en vrouwen om zo het risico bij een aanval van een jager voor hun eigen te beperken. De Callochromissen en Xenotilapia's bevinden zich bijna altijd boven de open zandvlakte. De Synodontissen tenslotte voelen zich overal thuis.
Wat betreft het voer kan ik zeer kort zijn aangezien alles is afgestemd op de Tropheussen. Ik probeer zoveel mogelijk licht te geven om zo een natuurlijke algenbloei (aufwuchs) te krijgen op de stenen en achterwand. Enkel 6 dagen in de week worden de vissen s'avonds bijgevoerd met OSI Spirulina. De Tretrocephalussen en Synodontissen kunnen zichzelf bijeten met jonge visjes en slakjes. De overige vissen hebben geen probleem met het dieet, temeer omdat de OSI Spirulina vlok een kwaliteitsvlok is die voor veel vissen een goede voedingsbron is.
De Tropheussen zijn nog te jong om mee te kweken, maar dit is ook niet mijn bedoeling. Zeker niet met de Tretrocephalussen die jongbroed met plezier opeten, wat ook de reden is van hun verblijf. Ik heb wel al jongbroed gezien (en sommige grootgebracht) van de Eretmodus cyanostictus en Callochromis stappersii. Voor de moment kweek ik wel bewust met de Synodontis petricola dwarfs en daar heb ik dan ook meerdere jongen van rondzwemmen. Het Xenotilapia koppel zou trouwens een kweekkoppel op leeftijd zijn van een groot kweker in Nederland, dus ik veronderstel dat die niet meer voor jongen zullen zorgen.

Het onderhoud van het aquarium en de filter

Elke twee weken wordt er 30% van het water ververst met kraantjeswater. Tijdens deze onderhoudsbeurt wordt de ruit schoongemaakt, de planten nagekeken en indien nodig gesnoeid, het afval op de zandvlaktes en tussen de stenen afgezogen en de kam aan de overloop zuiver gemaakt van plantenresten. De verlichting wordt nagezien en het aquarium zijn verstevingsstrips en dekglazen worden schoongemaakt. Bij het hervullen van het aquarium wordt er een poeder toegevoegd voor de verhoging van kH en gH, daar deze aan de lage kant zijn bij het kraantjeswater. Er wordt ook plantenvoeding in de vorm van ijzers toegevoegd omdat de Tropheussen aardig wat eten van de planten en ze anders wegkwijnen. Momenteel situeren zich de waterparameters op volgende waardes: pH 8.5, kH 12, gH 16, NO≥ 20mg/l en temperatuur 25į.
De filter is nog niet schoongemaakt tot nu toe, maar naar anologie met de andere grote aquariums die we hebben veronderstel ik dat we die twee keer per jaar moeten zuiver zuigen onder de roosters en de pomp nakijken. Onder de roosters bevinden zich meestal dan grote ophopingen van afgestorven bacteriŽnen die weg mogen gezogen worden. Zolang het filtermateriaal niet dreigt dicht te slippen worden er geen onderhoudswerken aan gepland.

Toekomstplannen

Op technisch gebied zal de IKS installatie nog uitgebreidt worden met een digitale temperatuur-, ph-, geleidbaarheids- en redoxsensor. Ook staat er nog een gestuurde stroombalk op het programma om zo de temperatuursensor te koppelen aan de verwarmingen (moest ooit de temperatuur van de kamer drastisch dalen). En mogelijk ook nog aan koelingselementen aangezien in de zomer het andere aquarium (waar de IKS module mee gedeeld wordt) oploopt naar meer dan 28į (van dit aquarium heb ik nog geen resultaten). Tenslotte zal er nog een T8 dimbare lichtbalk van 1x58W bijkomen voor het achterste gedeelte van het aquarium beter te belichten ivm algengroei.
Aan de inrichting van het aquarium zal weinig gesleuteld kunnen worden aangezien alle grote stenen voor het zand zijn ingebracht. De plantengroei en indeling wou ik echter nog wat verbeteren door hogere Vallisneriatoppen te creŽeren en meer Hydrilla rechts in te brengen.
Wat betreft de visbezetting hangt veel af van hoe alles evolueert. De Tropheussen hebben nog weinig tot geen territoriumgedrag vertoont vanwege het achterblijven van paargedrag, maar ik verwacht hier geen problemen. De Eretmodussen leveren net zoals de Synodontissen en Xenotilapia's ook geen probleem. De problemen die kunnen ontstaan zitten bij het koppel Neolamprologussen. Deze zijn nog maar halfwas en zouden vrij aggressief uit de hoek kunnen komen tijdens hun paargedrag en het verdedigen van hun jongen. De tijd zal uitsluitsel hierover moeten brengen. Tenslotte zijn er nog de Callochromissen die wel een probleem hebben, met name de aggressie van de dominante man. Deze aggressie gaat zover dat hij zelfs duels met Tropheussen en Tretrocephalussen niet uit de weg gaat. Hij domineert bovendien de overige twee mannetjes compleet zodat deze amper zand happen en grotendeels schuilen tegen de achterwand. Ik heb nu twee opties, ofwel de groep wegdoen ofwel zoeken naar nieuwe exemplaren en de volledige groep dan na een afwezigheid van een maand herintroduceren in het aquarium. Hier ben ik nog niet volledig uit wat ik ga doen in de toekomst.