Terraria & Aquaria Roel Van Vlierden
"Mijn passie voor de dierenwereld heb ik al van in mijn prille jeugdjaren. Vooral het leven rond en in het water fascineerde mij mateloos. Mijn vraag naar een aquarium kwam al zeer vroeg maar voor mijn ouders was het wachten op een ideale gelegenheid. De keuze viel op de dag van mijn eerste communie. Aangezien mijn vader en Frans Smeets, medeoprichter van Maroni en nog steeds lid, destijds collega’s waren stond al snel mijn eerste aquarium van 40 cm, ingericht en bevolkt met de hulp van Frans, in onze woonkamer. Daarna is het nooit meer goed gekomen….

In 1982 ben ik lid geworden van Maroni. Niet veel later werd ook Bob Molenaers lid. Als ik mij goed herinner waren wij destijds met voorsprong de jongste leden. Mijn grootste drijfveer voor een lidmaatschap bij een aquariumclub, toen en nu nog, waren het opdoen aan kennis, het verkrijgen van contacten met andere liefhebbers en het gemakkelijk en goedkoper kunnen verkrijgen van planten en vissen bij andere clubleden. Ook de goede raad en meer dan eens de raad die ik kreeg van de oudere leden waren nuttig bij het juist beoefenen van mijn hobby.

Toen ik op mijn 18-de ging studeren, ontbrak het mij in de weekends aan tijd om mijn aquarium (dat was toen een bak van 160x 50x60 met biofilter, overgekocht van toenmalig lid Frans Vranken) te onderhouden waardoor ik op zoek ging naar een koper om het geheel van de hand te doen.

Tijdens die kotperiode kwam echter een andere, verdoken passie opduiken. Wat door mijn ouders thuis altijd werd verboden bleek in Leuven, ver van huis en zonder controle, wel realiseerbaar: ik kocht mijn eerste slang. Zodoende heb ik nooit moeten zeggen: mama en papa, ik ga een slang kopen maar wel: mama en papa, ik heb een slang gekocht. De eerste ervaringen met die slang, een jonge korenslang (Patherophis (vroeger Elaphe) Guttata Guttata), waren zo positief dat mijn fascinatie voor reptielen geen rem meer zou kennen. Vele slangen en hagedissen passeerden de revue, sommige bleven lang, sommigen iets minder lang, af en toe sneuvelde er ook een dier, maar grote tegenslagen heb ik met reptielen nooit gehad.

Sinds ik in augustus vorig jaar mijn nieuwe woonst in Maaseik in gebruik heb genomen, met daarin mijn eigen ‘hobbykamer’, heb ik voldoende ruimte om meerdere vivaria te onderhouden. Ook de vissenliefde kwam daarbij weer boven (oude liefde roest niet zeker….). Op dit moment bestaat mijn vivariumcollectie uit volgende exemplaren:


1. In de woonkamer staat een woudterrarium van 70x90x40 (lxbxh), voornamelijk ingericht met druiven- en kienhout, waarvan er een aantal met silicone zijn vastgeplakt tegen achter- en zijruiten. Tussen de stukken hout zit gedroogd mos verwerkt. Op de bodem ligt potgrond met hier en daar wat stenen. Het geheel wordt opgefleurd met wat (kunst)plantjes (IKEA, goed idee!). Het terrarium is voorzien van de juiste verlichting (UVA-UVB lamp en een spotje). Elke dag wordt de bak uitgebreid handmatig besproeid zodat de bewoners van de druppeltjes kunnen drinken. De diertjes die deze bak bevolken zijn een koppeltje roodkeelanolissen (Anolis Carolinensis), een trio langstaartjes (Tachynochromis Sexlineatus) en een koppeltje boomskinkjes (latijnse naam mij onbekend).

De volgende vivaria staan in de hobbykamer:
2. Een terrarium van 50 x 50 x 50 met een jonge melkslang (Lampropeltis Triangulum Sinaloa). Deze slang kan een lengte bereiken van maximaal 100-110 cm. Melkslangen staan bekend als redelijk nerveuze slangen maar bijten zullen ze niet snel doen. Als voedsel krijgt ze ontdooide diepvriesbabymuisjes.

3. Een aqua-terrarium van 30 x 25 x 20cm met een 4-tal vuurbuikpadjes. Deze bak is eigenlijk wat te klein maar voorlopig doen de padjes het erg goed. Vuurbuikpadjes leven van allerlei insecten die in hun mond passen. Thuis krijgen ze hoofdzakelijk bepoederde krekels. Ik hoop dat ze mij in de toekomst eens verrassen met eitjes.

4. Een aquarium van 60 x 30 x 30cm. Hierin zitten een aantal Neolamprologus Multifasciatus, voor veel leden zeker geen onbekende. Deze slakkenbewoners uit het Tanganyikameer hebben al meermaals voor jongen gezorgd.

5. Een aquarium van 80 x 40 x 35 met enkele gemakkelijk houdbare gezelschapsvisjes zoals oa. een corydorasoort, Ameca splendens, een aantal garnaaltjes en de gekende zebrabarbeel.

6. Een Malawi-aquarium van 100 x 40 x 40 met een 6-tal bewoners (3 koppels). 2 soorten hebben al voor nakweek gezorgd.

7. Een terrarium van 150 x 50 x 50 waarin 3 soorten kousenbandslangen vredig samenleven. Van elke soort bezit ik een koppel. Van de Thamnophis Sirtalis Sirtalis en de Thamnophis Marcianus heb ik al jongen gehad. Deze slangen zijn levendbarend zodat het kweken niet echt moeilijk is, zolang de man en de vrouw elkaar maar graag genoeg zien. De derde soort, de Thamnophis Sauritus, zijn pas recent aangekocht en zullen mij hopelijk volgend jaar van jongen voorzien. De slangen worden gevoerd met diepvrieskabeljauw, kattenbrokken en occasioneel een levend visje. Regelmatig krijgen ze vitaminesupplementen.

8. Een terrarium van 110 x 50 x 50 met een koppel Thamnophis Sirtalis Parietalis als bewoners. Deze worden op dezelfde manier verzorgd als bovenstaande slangen. Ook deze soort heeft al voor nageslacht gezorgd.

Het onderhoud van deze bakken kost mij minstens een halve dag per week. Onder onderhoud wordt dan verstaan het verversen of schoonmaken van het bodemmateriaal in de terraria, sproeien, water verversen in terraria en aquaria, ruiten schoonmaken. Dagelijks worden wel een paar beesten gevoerd en worden alle bakken visueel gecontroleerd (ziekten ed…).

In de kamer staan nog een paar lege bakjes en er is plaats om nog verder uit te breiden. De terrariums worden zo geplaatst dat ze ‘verlicht’ worden door het buitenlicht dat door 3 grote vensters over de ganse breedte van de kamer binnenvalt. Hierdoor kan ik het aantal brandende lampen beperken. Rechtstreeks licht is zeker niet goed voor mijn aquariums. Daarom worden zij met de achterzijde naar de vensters geplaatst, rug-aan-rug met de terraria..

De huidige clubwerking lijkt mij op het eerste gezicht best in orde. Wegens tijdsgebrek en werkverplichtingen kan ik niet aan alle (neven)activiteiten meedoen. Wel probeer ik tijd te maken voor de jaarlijkse clubuitstap. Het spijtige aan het clubblad is dat buiten de verslagen van de ledenvergaderingen, vrijwel alle artikels ‘gestolen’ zijn uit andere clubbladen of gevonden zijn op het internet. Meer artikels gemaakt door clubleden zouden ons blad een persoonlijker tintje geven. Helaas is dit makkelijker gezegd dan gedaan. Natuurlijk moet ik ook de hand in eigen boezem steken want tot op heden is mijn inbreng ook nul geweest. Nu ik eindelijk een nieuwe computer heb en het internet mij de nodige informatie kan verschaffen, hoop ik in de toekomst af en toe een artikeltje voor het blad samen te stellen.

Een hele goede herinnering houd ik over aan de tentoonstelling van vorig jaar. Het was mijn eerste deelname maar hij smaakte direct naar meer. In een groot terrarium met mooie achterwand mocht ik, na de bak naar eigen goeddunken te hebben ingericht, gedurende 4 dagen mijn dieren aan het publiek tonen. Als tijdens de tentoonstelling sommige mensen wat langer voor ‘jouw’ bak blijven staan, geeft dat toch een zekere voldoening. Een ander pluspunt was de goede sfeer die er, gedurende de ganse tentoonstelling, onder de clubleden terug te vinden was.

Om het clubgevoel nog te versterken, lijkt het mij interessant om tijdens de vergaderingen bekend te maken wie wanneer naar welke beurs of tentoonstelling gaat. In mijn geval zijn dat hoofdzakelijk reptielenbeurzen in Nederland maar ook voor niet reptielenhouders zijn die dikwijls een belevenis op zich. Het is natuurlijk nogal stom om, op meer dan 100 km van thuis, op een beurs een clublid tegen te komen die vlakbij woont.

Tot slot misschien nog dit. Een vergadering zou extra interessant kunnen zijn als buiten de traditionele clubsprekers (Adam en Lambert), andere leden zich eens aan een voordracht(je zouden wagen. Twee korte voordrachten op een avond maken de voorbereidingen iets minder uitgebreid en haalbaarder en bovendien kun je op voorhand met de andere spreker de zenuwen onder controle proberen te houden. Wie weet komt het er volgend werkjaar wel van.

Voila, dat waren in het heel kort mijn verleden, mijn heden en mijn toekomst als aquarium- en terrariumliefhebber. Hopelijk heb ik jullie, al was het maar eventjes, kunnen boeien.

Ik kijk reikhalzend uit naar een volgende, nieuwe schrijver voor ons clubblad en onze website.”

Groeten,
Roel.